Per 1 januari 2027 gaat het minimumjeugdloon fors omhoog voor jongeren van 16 tot en met 20 jaar. Uit onderzoek van Van Spaendonck blijkt dat de impact sterk verschilt per sector en cao. Voor brancheverenigingen en fondsen is dat een belangrijk signaal: leden die veel jongeren in dienst hebben, kunnen te maken krijgen met verstoorde salarisschalen, discussies aan de cao-tafel en hogere loonkosten, ook voor medewerkers die al boven het minimum verdienen.
Overgrote meerderheid verdient al boven minimum
Op dit moment verdient circa 87,5% van de jongeren van 15 tot 21 jaar al boven het huidige minimumjeugdloon. Na de verhoging op 1 januari 2027 blijft ruim 64% nog steeds boven het nieuwe minimumloon zitten. Slechts 36% zit dan op het nieuwe minimumjeugdloon. De reden: veel cao’s hanteren jeugdschalen die al hoger liggen dan het wettelijk minimum, ook in de nieuwe situatie.
Sector- en cao-effecten verschillen sterk
De impact verschilt per sector. In de horeca verdient nu al ruim 97% van de jongeren boven het minimumloon — daar verandert relatief weinig. In de detailhandel, grootwinkelbedrijven en bakkerijen is het effect juist groot: daar zitten veel jongeren nu op of net boven het huidige minimum, en maken ze door de verhoging aanzienlijke salarisstappen.
Gevolgen voor salarisschalen en cao-afspraken
De maatregel kan ertoe leiden dat jongeren op hetzelfde salarisniveau komen als collega’s met meer senioriteit. Dat roept vragen op binnen bedrijven én aan de cao-tafel. Werkgevers kunnen ervoor kiezen salarisschalen van meer senior medewerkers ook te verhogen om onderlinge verhoudingen intact te houden — maar dat brengt extra loonkosten met zich mee. Daarnaast is onzeker hoe sectoren reageren die jongeren bewust meer betaalden om aantrekkelijk te blijven op de arbeidsmarkt.
Lees het volledige onderzoek op vanspaendonck.nl.


